|
IJzerwinning, het voorwoord |
Dit is
het eerste deel van een vierdelige serie
over het winnen van ijzer in Nederland
van voor de komst van de Romeinen in
Nederland (Gegevens over mogelijke ijzerwinning
in de Kempen voor de komst van de Romeinse
industrie). Deze uiteenzetting tekst
kent zijn oorsprong in 1992, toen een
eerste versie werd geschreven voor het
(toen nog) Prehistorisch Huis Eindhoven,
tegenwoordig het Historisch OpenluchtMuseum
Eindhoven. Zie ook:
Deel
2 - IJzerwinning, de theorie
Deel
3 - IJzerwinning, de praktijk
deel
4 - IJzerwinning, de experimenten |
In de ons omringende landen worden er
al jarenlang proeven gedaan om ijzer te
produceren op prehistorische, Romeinse
of middeleeuwse wijze. Dit proces is de
voorloper van het zogenaamde “hoogovenproces”,
een proces wat ver ná de Middeleeuwen
ontwikkeld en verbeterd werd.
Verschillende locale modellen ovens –
bekend van opgravingen – worden
nagebouwd en gestookt met plaatselijk
beschikbaar ijzeroer. Dit alles gebeurt
zoveel mogelijk in samenwerking met wetenschappers.
Zij leveren informatie aan die wij gebruiken
als basis voor onze experimenten. Vervolgens
kunnen de uitkomsten van de experimenten
weer gebruikt worden om wetenschappelijke
hypothesen te testen. |
| Ook
het Historisch OpenluchtMuseum Eindhoven houdt zich al een tijd bezig
met experimentele archeologie. In dit
kader zijn we ruim 15 jaar geleden begonnen
met de eerste experimenten op ijzerwingebied. |
|
De
eerste experimenten in Eindhoven, eind
jaren 80 uitgevoerd door de Duitse expert Günter Bürger, zijn mogelijk
gemaakt dankzij subsidies van het Cultuurfonds
en de gemeente Eindhoven. Dankzij zijn
inzet, de welwillende medewerking en leiding
van Thijs van de Manakker en de enthousiaste
leden van de ijzerwerkgroep van het museum
zijn na een grondig vooronderzoek sindsdien
tientallen ovens gebouwd en gestookt.
De resultaten van deze experimenten zijn
verwerkt |
| tot gebruiksklare ijzeren voorwerpen. IJzer winnen en verwerken is duidelijk
een “team” activiteit. Er
wordt nog regelmatig gesproken over ijzer
smelten in plaats van ijzer winnen, of
over hoogovens, als ze schachtovens bedoelen.
In de prehistorie werd ijzer niet gesmolten,
omdat dat de winning van ijzer verzwakte.
De hogere temperaturen die nodig zijn
voor het smelten van ijzer konden echter
wel bereikt worden met de ovens die toen
gangbaar waren. Gietijzer werd pas in
de late Middeleeuwen toegepast toen er
behoefte ontstond naar gegoten ijzeren
voorwerpen als kogels, kanonnen en machines.
Voor het maken van ijzeren gereedschappen
als messen, zwaarden, ploegscharen of
spijkers is het echter ongeschikt; de
smid kan niet smeden met gietijzer. De
term 'hoogovens' is echt een 'moderne'
uitvinding en heeft niks met de ijzertijd
van doen. |
|
|
| |
| |
|
|
| PS. Onze smid, Thijs van de Manakker uit Helenaveen, bouwt en stookt ook regelmatig ovens voor andere musea. Een fotoverslag van een dergelijk experiment, voor het Limburgs Museum, vindt je hier. |
|
|