|
IJzerwinning, de experimenten |
Dit is
het eerste deel van een vierdelige serie
over het winnen van ijzer in Nederland
van voor de komst van de Romeinen in
Nederland (Gegevens over mogelijke ijzerwinning
in de Kempen voor de komst van de Romeinse
industrie). Deze uiteenzetting tekst
kent zijn oorsprong in 1992, toen een
eerste versie werd geschreven voor het
(toen nog) Prehistorisch Huis Eindhoven,
tegenwoordig het Historisch OpenluchtMuseum
Eindhoven. Zie ook:
Deel
1 - IJzerwinning, het voorwoord
Deel
2 - IJzerwinning, de theorie
Deel
3 - IJzerwinning, de praktijk
|
|
Het
Historisch OpenluchtMuseum Eindhoven heeft
vanaf 1989 proeven gedaan om te bestuderen
hoe de ijzerwinning in de Kempen gebeurd
kan zijn. Het doel is niet alleen te bestuderen
hoe dat gebeurde maar ook het onderzoek
of de ijzer-winning uit plaatselijk oer
rendabel is en tevens om de overblijfselen
te vergelijken met archeolo-gische vondsten.
Na het winnen van smeedijzer wist het
museum ook het ijzer op prehistorische
wijze te verwerken tot gereedschappen.
Dat gebeurt niet alleen om de gemaakte
dagelijkse gebruiksvoorwerpen te kunnen
etaleren, maar vooral om deze voorwerpen
te gebruiken bij de dagelijkse bezigheden
op de nederzetting, precies zoals in de
ijzertijd. |
| Uitgangspunten |
| De
experimenten die in Eindhoven zijn gedaan
zijn vergelijkbaar met proeven die op
de Veluwe met klapperstenen werden gedaan
en met experimenten in Chalons-sur-Marne.
Voor onze experimenten hebben we onder
andere als uitgangspunt genomen dat we
de situatie zoals die in de ijzertijd
was zo dicht mogelijk wilde benaderen.
Hieruit vloeide het volgende voort: |
| • |
De
experimenten vinden niet in een beschut
laboratorium plaats maar in de open lucht. |
| • |
| We
gebruiken ijzeroer uit de directe
omgeving en niet zoals in het Franse
experiment ijzererts van rijke aders
uit Australië. In de afgelopen
jaren hebben we diverse bronnen
uitgeprobeerd, maar daarbij wel
telkens gebruik gemaakt van chemische
analyses. |
 |
|
| • |
De
ovens zijn gebouwd van leem uit de Kempische
bodem. Er is ongetwijfeld betere leem
te vinden, die een hogere temperatuur
en betere productie in de oven kan verwezenlijken.
Ook hier willen we ons weer beperken tot
de lokale grondstoffen. |
| • |
 |
De
Eindhovense ovens zijn gebouwd naar
het voorbeeld van la Tène-ovens,
zoals die bekend zijn in een groot
deel van Europa van voor de opkomst
van de Romeinen, tot in Polen en
denemarken aan toe. De keuze is
hierop gevallen omdat het erg waarschijnlijk
is, dat als er in de Kempen in de
IJzertijd ijzer is gewonnen, dat
dezelfde soort ovens werd gebruikt
als in de naburige Ardennen, Noord-Frankrijk
en Zuid-Duitsland. |
|
| • |
| Er
zijn geen overblijfsels van blaasbalgen
in de Kempen gevonden. Toch zijn
we er van uitgegaan dat de ijzertijd-smid
met blaasbalgen heeft gewerkt, zoals
zijn collega's uit de buurlanden.
We maakten grote blaasbalgen die
de gewenste luchttoevoer moesten
kunnen realiseren. |
 |
|
| • |
Op
de toevoeging van potas (houtas van els
en varenas in experiment in Aubechies)
na (overigens met goed resultaat) wordt
er bij de proeven geen toevoegingen gedaan
om het resultaat te verbeteren of te vergemak-kelijken.
Ook zijn er vrijwel nooit meetinstrumenten
aanwezig. Door bijvoorbeeld naar het vuur
en de oven te kijken en te luisteren kan
bepaald worden of er hogere luchttoevoer
nodig is, meer houtskool toegevoegd moet
worden of dat alles naar behoren verloopt. |
| Samengevat
kan gezegd worden dat de Eindhovense experimenten
niet zozeer een laboratoriumexperiment
zijn als wel een leefexperiment, waarbij
de smid zoveel mogelijk in de huid kruipt
van zijn voorganger. |
Eén
van de eerst geslaagde experimenten
In Eversham werd er op 15 maart 1989 voor
het eerst geprobeerd ijzer te winnen uit
lokaal ijzeroer. Er werden toen twee proeven
gedaan. Deze werden uitgevoerd onder leiding
van Günter Bürger, die al meerdere
jaren pogingen om ijzer te winnen op zijn
naam had staan. |
|
| De
bijgaande foto's zijn niet van het
hier beschreven experiment, maar
werden gemaakt op 31 augustus 2003. |
| De
eerste oven, die gebruikt werd,
was rechtstreeks op de grond gebouwd,
dus niet ingegraven. Hij is niet
voorzien van een kuil. Omdat het
bij een helling gelegen was is de
achterkant van de ovenwand gedeeltelijk
in de helling opgenomen. Dit gaf,
dachten wij, betere beschutting
en een lager warmteverlies. Ter
hoogte van de bodem werd een gat
uitgespaard waaruit de slak moest
kunnen wegvloeien. Het gat werd
tijdelijk afgedekt met een prop
van leem. Aan de westkant werd een
opening gelaten voor de luchttoevoer.
Voor de luchttoevoer werd gebruik
gemaakt van twee grote blaasbalgen. |
|
Stoken
van de ovens
Een paar dagen achtereen werd de oven
verwarmd om het vocht uit de wanden
te stoken. De houts-kool werd klaargemaakt
en in kleine handzame brokken geslagen.
Houtskool heeft bij voorkeur een doorsnede
van 5 cm. Ook het ijzeroer werd in deze
dagen voorbewerkt. Toen
de oven een week oud was werd deze voor
het eerst gestookt, hij was nog vrij
vochtig. In de jaren nadien hebben we
geleerd dat een oven ook veel sneller
en agressiever drooggestookt kan worden. |
|
| In
de vroege ochtend worden de voorbereidingen
getroffen. De twee blaas-balgen worden
aangebracht en zo klaargelegd, dat de
hitte ze niet kan verbranden. Er wordt
ook water aangesleept, onder andere voor
de veiligheid. Huiden dienen als kniekussens
voor de mensen die de zware blaasbalgen
bedienen. |
| Naast
de houtskool en het ijzeroer ligt ook
wat hamerslag (Fe3O4)
van een vorige proef. Dat zijn schilfers
die vrijkomen bij het smeden. Toevoeging
van, hamerslag verhoogt het ijzergehalte en
dus de kans op resultaat., |
| Rond 10 uur wordt de oven voorzichtig
aangemaakt. Eerst wordt klein hout gebruikt
waarbij de vlammen hoog boven de oven
uitkomen. Steeds dikker hout wordt in
de oven aangebracht. |
Rond
de middag wordt overgegaan op het stoken
van houtskool. Ook worden de blaasbalgen
met de oven verbonden en heel traag
in werking gebracht. Twintig minuten
later wordt er twee kilo houtskool ingebracht
en de luchttoevoer wat opgevoerd. Wanneer
de temperatuur verondersteld werd 500º
Celsius bereikt te hebben werd het kleingemaakte
ijzeroer toegevoegd. Van toen af werd
er met beide blaasbalgen bijna voortdurend
lucht aangevoerd. Om
het halfuur wordt nu houtskool met ijzeroer
aangevuld, tot zeven keer toe. De blaasbalgen
werken nu op volle kracht, om de tien
minuten wordt de aandrijver van de blaasbalgen
afgelost. De temperaturen lopen op tot
ongeveer 1200º. De smid bestudeert
bijna doorlopend de buitentemperatuur
van de wand en de ovenmond. Hij ziet
de rode kleur geleidelijk aan veranderen
tot een blauwe schijn.
Hij controleert de tuit van de blaasbalg
zodat de luchttoevoer constant blijft
en als de tuit dreigt te verstoppen
steekt hij die weer open met een ijzeren
pen. Als het half zes is, opent de smid
het slakkengat. De slak vloeit als taaie
stroop uit de oven, verschroeit sissend
elke halm of houtsplinter in de kom
die is uitgegraven om de slak op te
vangen. De felrode kleur doet denken
aan ijzer maar het is in feite het kwartszand
dat glazig achterblijft. Het is niet
vreemd achteraf te bedenken dat men
op het idee is gekomen om glas te blazen
uit zand. De blaasbalgen werken nu nog
op halve kracht, ze worden steeds trager
bediend en een half uur later worden
ze stilgelegd. |
|
Resultaten
De tijd is aangebroken om de oven te openen.
De lemen wand is aangetast en wat gescheurd. In de kapotgeslagen
ruimte wordt gezocht naar de wolf, de
klont ijzer. vervolgens moeten de slakken
er nog van af geklopt worden en kan hij
in een groot smeedvuur weer verhit worden:
met twee of zelfs drie smeden wordt de
erg sponsachtige wolf bewerkt tot een
veel kleinere baar, een halfproduct voor
wapens en gereedschappen. Het was een
geslaagd experiment. De resten van de
oven blijven liggen om ooit weer door
een archeoloog gevonden te worden.. |
|
|
| |
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Literatuur
IJzersterk:
experimenten ijzer winnen en smeden te Eindhoven.
A. Boonstra (editor), 1994. |
|
|