De herberg in een middeleeuwse stad als Endehoven door Mick van Son
Herbergen bestaan al sinds mensenheugenis.
Uit de bijbel kennen we het verhaal van Maria en Jozef die onderdak probeerden te vinden in een herberg. De Romeinse schrijver Tacitus roemde de gastvrij- heid van de Germanen. Herbergen in deze streken zullen door de Romeinen zijn geïntroduceerd. De vele troepen die door West-Europa reisden
hadden onderdak nodig. Na de troepen kwamen de handelaren en de militaire boodschappers. Ook zij zochten onderdak, proviand en verse paarden.
Het woord herberg is samengesteld uit de woorden Heir en Berg.
Een heir is een leger,
en een berg een bergplaats.
Pas van de 9e eeuw weten we weer wat over onze streken en herbergen. Kloosters hebben de god-delijke plicht om reizigers en armen hospitaliteit te verlenen, onderdak en leeftocht en eventuele verzorging. Naast kloosters waren er commerciële herbergen en particulieren die hun huis openstel- den. Kloosters waren bij tijd en wijle terughoudend in het openstellen van hun ruimte, omdat er waar- schijnlijk nauwelijks een vergoeding tegenover stond. Dit was wel anders in de échte herbergen. Op het tijdelijk huisvesten van geboefte stonden strenge straffen. Dat je je gasten niet goed kende was van ondergeschikt belang, je moest grote moeite doen om aannemelijk te maken dat je uit goeder trouw had gehandeld. Een behoorlijk risico voor een herbergier. Over de plattelandsherbergen is minder bekend. Het zal er haast wel informeler aan toe zijn gegaan, want de sterke arm der wet had er minder grip.
Reizen in de 9e tot en met de 13e eeuw was een gevaarlijke aangelegenheid. Maar het aantal reizigers nam toe: adel met hun gevolg, kruis- vaarders, pelgrims, studenten (de universiteiten kwamen op) en dergelijke. Muzikanten, zangers en handelslieden maken het compleet. Sinds de islamitische overheersing van de Middellandse Zee was de intercontinentale handel over zee onmogelijk geworden. De handel binnen Europa echter bloeide op. De opleving van handel en ambacht, samen met de opkomst van de steden
doet de Poorter of Burger ontstaan. Waren er eerst de enorm rijke grootgrondbezitter en de boeren met bijna geen geld; nu ontstaat er een soort middenstand die er geen been in ziet het geld te laten rollen. De feesten en gelagen, aangericht door gilden in de herberg, waren beroemd en berucht.
De herbergier
De waard zal populair zijn geweest onder liefhebbers van wijn en bier (gedestil- leerd bestond nog bijna niet), onder feestgangers, gokkers en gezelligheids- zoekers. Voor anderen was de waard de verzekering van een veilige slaapplaats, proviand en verse paarden. Voor velen was de waard een bron van informatie. In zijn herberg kwam het nieuws van alle reizigers bij elkaar, waar onder ook die van herauten en boodschappers van de koning. Tel daarbij dat in de herberg de tongen wat losser werden door de alcohol, dan heb je in de herbergier de huidige televisie, radio, internet en krant verenigd.
De herberg kende natuurlijk ook zijn keerzijde. Mannen verdronken het huishoudgeld en maakten gokschulden. Dronkenschap en frustratie leidden makkelijk tot vechtpartijen met gewonden en zelfs doden tot gevolg. Vloeken en schertsen met de kerk en adel, prostitutie, misdaad en liederlijkheid waren ook zaken die vaak met de herberg in verband werden gebracht.
De overheid en kerk – allebei van grote invloed – reageerde hierop met een ware stortvloed aan wetten en maatregelen.
De herberg
Uit bronnen van de late middeleeuwen blijkt dat er allerlei verschillen waren tussen herbergen. Het verschil tussen stad en platteland is al genoemd, maar er waren ook herbergen waar je alleen kon overnachten (droge herbergen), terwijl men in natte herbergen ook kon eten en vooral drinken. Sommige herbergen waren ‘gesloten’ herbergen, bijvoorbeeld studentenhuizen waar willekeurige gasten niet welkom waren. Deze studentenherberg kende ook een waard en er werd eten en drinken geserveerd. In rechtsbronnen wordt vaak gesproken over goede en kwade herbergen. In de kwade herberg kon men prostituees vinden en kon men gokken. Goede herbergen konden daarentegen rekenen op gegoede klanten, zoals de vaak hoge gasten van het stadsbestuur, het stadsbestuur zelf en gilden.
Al in 1515 werd gewag gemaakt van herberg 'In den Hert' aan de Heuvel in Tilburg. Aangezien men destijds niet beschikte over een raadhuis gebruikte men deze herberg ervoor. 'In Den Hert' was overigens eigendom van de schout.
Een goedkoop gebak dat vaak op feesten werd gebruikt heet ook wel Labay. In de loop der tijd is het woord synoniem geworden voor het feest zelf. Deze werden vooral bezocht door jongeren. Deze feesten werden gehouden in samenhang met een huwelijk, vrijgezellenavond of zelfs een begrafenis. Dat het er wild aan toeging was reden voor de autoriteiten om ertegen in het geweer te komen. Niet dat dat hielp...
In de dorpen was het gebruikelijk dat de jonge vrouwen zich op de lange winteravonden bezig hielden met spinnen. Was er nu een trouwfeest in het verschiet dan repten de ongetrouwde vrouwen zich met spinnewiel onder de arm naar de herberg of het huis van een bekende om daar garen te spinnen voor de kleding van het bruidspaar. Al gauw doken dan de jongemannen op om een praatje te komen maken, muziek te maken en te dansen. De rest laat zich raden. Deze feestjes werden ook wel spinnighen genoemd. Spinster werd een naam voor een ongetrouwde vrouw, maar dan wel in de ongunstige of ondeugende zin.
Bordelen vond je in de middeleeuwen in private huizen, soms zelfs in kloosters, maar vaak in herbergen en badhuizen. Toch vond men deze lucratieve activiteit niet in alle middeleeuwse herbergen. Het protest tegen deze activiteiten is van alle tijden. Het werd gedoogd en vaak zelfs gereglementeerd gedoogd. Verordeningen dat 'meene wijfen' en andere personen van 'lichter fame' en hun 'putiers' (pooiers) verbannen werden of met geldboetes gestraft wisselen af met keuren die bordelen alleen toestonden in bepaalde (achter)buurten omdat ze zich vaak 'int schoonste ende int beste' gedeelte van de stad hadden gevestigd. In sommige gevallen werd iemand die deze beroepsgroep onderdak bood bestraft met ene boete die eerder neerkwam op een belasting.
De kerkvader Thomas van Aquino vergeleek prostitutie met een mestvaalt waar een paleis niet buiten kan als men niet wil dat het hele paleis gaat stinken. Naar goed gebruik mocht er niks en deed men alles wat God verboden had, maar dan wel achter gesloten deuren.
Zestiende en zeventiende eeuwse schilderijen lijken onschuldige taferelen te tonen, maar in sommige gevallen is het de schijn die bedriegt... Zie de omschrijving in de rechterkolom en/of beweeg met de muis over de illustratie voor meer uitleg.
Het werd zelden vast gelegd hoe vroeg een herberg openging. De sluitingstijden waren over het algemeen belangrijker en lagen tussen de 21:00h en 23:00h. In de winter zal de herberg eerder dicht zijn gegaan dan ’s zomers. Te laat dicht gaan betekende meer overlast van dronken lieden op weg naar huis. Bepaalde gezagsdragers – zo werd vastgelegd – mochten (of beter gezegd ‘moesten’) na sluitingstijd nog getapt worden. Zolang deze in de herberg aanwezig waren zullen de gewone burgers zich van de sluitingstijden ook weinig aangetrokken hebben. Er mocht niet geschonken worden als er een mis gaande was in de nabij gelegen kerk. In sommige gevallen mocht het echter weer wél, maar dan maar één pot bier per gast. Bier was drank nummer één (zie ook ons thema Bier in de middeleeuwen), maar wijn was een goede tweede.
Voor reizigers die bleven overnachten (dat wil zeggen, zij die niet uit hetzelfde dorpje of stadje kwamen als waar de herberg gevestigd was) gold trouwens de sluitings- tijd niet. Zij konden te allen tijde vragen om onderdak, eten en drinken (bier dus).
In het Historisch OpenluchtMuseum Eindhoven bevindt zich aan het marktplein een herberg, 'Den Bonten Os'. Bronnen van het eind van de 17e eeuw en begin van de 18e eeuw noemen een huis in Eindhoven dat deze naam droeg, namelijk op de hoek van de Rechtestraat en de Markt. In 2006 zit daar een winkel in mobiele telefoons.
Rond 1850 komen we dezelfde naam 'De Bonten Os' tegen voor een café op de hoek van de Demer met het 18 Septemberplein, richting de Emmasingel. Dit heette daarvoor de Ossenkop. Deze laatste ‘Bonten Os’ is op 6 december 1942 weggebom- bardeerd. Nu is daar ook weer een horecagelegenheid, namelijk de McDonalds.
Als we spreken over de herbergier of waard, mogen we de waardin niet vergeten. Niet zelden was de herberg een familiebedrijf waarin man, vrouw en kinderen meewerkten.
Een herbergier was niet iemand waarop de adel automatisch neerkeek.
Er zijn voorbeelden van jonkvrouwen betrokken bij het houden van een herberg. Jan Vulre, een herbergier in Eeklo in de 15e eeuw was jarenlang een vooraanstaand stadsbestuurder en in 1406 zelfs Burghmeestere.
In Arendonk verscheen een pamflet, getekend door alle bisschoppen van Brabant: Aan alle geloovighe van hun bisdommen, saligheydt in den Heere (1697) :
Een jeder kan bekent sijn, hoe dickwils en op hoe- veel derlye wysen en onse voorsaten ’t sedert eenige iaeren getracht hebben elck in syn bisdom uyt te roepen het verfouiyelyck misbruyck van die dertele en onbeschaemde ’t samencomsten van jonghemans en dochters inde herberghen en andere voorvallen als bruyloften, feesten, die men op sommige plaetsen noemt labbayen of spinninghen oft met andere namen. Met inwendige pynen sien wij dat de wortels van het quaet noch op vele plaatsen overblijven. Soo dan vernieuwen wy ten eersten alle verbiedingen, dreyghementen en straffen vroeger geordonneert met het weygeren van dábsolutie ende andere heylche sacramenten. Wij vermaenen in den Heere sonder eenigh vermyen hunne stemmen teghen dit misbruyck als een trompette op te heffen om gelyckerhant de mueren van dit vervloecht Jericho ten leste om te werpen.
Men ziet op het schilderij van Jan Steen 'Zoals de Ouden zongen' een gezellig tafereel. Op zich lijkt er niks aan de hand, maar kijk eens naar de details: schelpen van oesters en mosselen (aphrodisia), een vogelkooitje met het deurtje open (de man heeft een afspraakje buitenshuis), een jongen die pijp leert roken (symbool voor gemeenschap), overmatige hoeveelheden wijn (roesmiddel) en druiven (kiemkracht), een papegaai (koppig dier - rood staat voor onzedelijkheid).
Een vogel in het algemeen was symbool van het verlangen om in hoger sferen te komen of had een seksuele bijbetekenis.
In die tijd was men goed op de hoogte van de symbolische waarde van details. De meeste mensen konden immers niet schrijven en verhalen werden verteld aan de hand van afbeeldingen. Voor hen lieten deze symbolen geen twijfel bestaan.
Bron
Mick van Son, 2006, De herberg
Mr. BHD Hermesdorf, 1957, De herberg in de Nederlanden
Bron pamflet:
J. Goris, Brabants Heem
Bron voor de naam ‘de Bonten Os’: J. van Poppel, 1950, Oude huizen en hun namen, in: H. Mandos & A.D. Kakebeeke (red.): Oud Eindhoven. Voorstudies tot de geschiedenis van Eindhoven, pp 95 – 113, in het bijzonder: p 104 en 112