...
en waarom dat (niet) belangrijk is ...
De termen “Kelten & Germanen”
worden vaak in verband gebracht met
“Frankrijk & Duitsland”.
Op zich heeft het daar niks mee te maken
en gaat
dit terug op een fantasie uit de 19e
eeuwse Romantiek. De scheidingen in
het oude Europa zijn eerder geografisch
bepaald: hier in de buurt de Rijn en
verder weg de Elbe en bergketens als
de Pyreneeën en de Alpen. Tegenwoordig
heeft de term “Kelt” ook
een heel ander lading dan vroeger, zoek
maar eens op internet onder die term.
Eigenlijk is in de ijzertijd een scheiding
tussen Kelten en Germanen niet enorm
belangrijk, eerder moeten we kijken
of Brabant in de invloedssfeer viel
van wat nu Vlaanderen is of in die van
het gebied aan de andere oost oever
van de Rijn. Holland en Utrecht waren
in die tijd zompige moerassen tussen
de grote rivieren en de duinen. Voor
de inwoners van Nederland en omstreken
was het onderscheid van ondergeschikt
belang,
het is wat wíj er nu van maken!
|
De
scheiding tussen Kelten en Germanen
is een taalgrens. Het Keltisch wijkt
sterk af van het Germaans. Ook al is
het onduidelijk waar wanneer vertegen-woordigers
van de ene of de andere groep hebben
gezeten, toch is er een mogelijkheid
om iets meer te weten te komen. Plaatsnamen
(toponiemen) gaan terug tot de stichting
van een plaats. In bepaalde tijden gaven
groepen bepaalde soort plaatsnamen,
en later weer andere soorten. De namen
van veenontginningen in Drenthe, bijvoorbeeld
zijn heel anders dan de plaatsnamen
van oudere dorpen. De meeste namen die
hier terug te voeren zijn op de late
prehistorie zijn Germaanse namen.
Men spreekt in deze streek een Keltische
taal, men heeft Keltische gebruiken,
Keltische heiligdommen, maar zijn het
echt Kelten? Dat weet men niet. Men
heeft als plaatselijke bevolking wel
veel van de Keltische cultuur overgenomen.
Maar men neemt 100 jaar later ook veel
over van de Romeinse cultuur zonder
Romein te worden net zoals wij veel
van de Amerikaanse cultuur overnemen
zonder Amerikaan te worden. Ook de groepen
ten noorden en oosten van de Rijn zijn
Keltisch georiënteerd, zoals de
Bataven die naar de Maas-Rijnvallei
komen, de Texuandrii die de Kempen aandoen
en de Tungri die rond Maastricht-Tongeren
geïnstalleerd worden door de Romeinen.
Voor archeologen zijn bepaalde muntjes
en glazen armbanden heel duidelijk herkenbaar
als "Keltisch" zoals bijvoorbeeld
de vondst van 17 zogenaamde "regenboogschoteltjes"
uit Echt (april 2005) waarmee aangetoond
wordt dat de Limburgse Maasvallei in
ieder geval tot de invloedssfeer van
de Keltische 'La Tène-cultuur'
(Late ijzertijd). Kenmerkend is het
schotelvormige profiel met specifieke
afbeeldingen, onder meer van een driebeen.
Hoewel het Keltische munten zijn, zijn
ze geslagen door enkele Germaanse stammen,
waaronder de Bataven. Waarschijnlijk
gebruikten de leiders van deze stammen
de munten om hun semi-militaire volgelingen
te kunnen belonen voor bewezen diensten
en trouw. Dat alles wijst erop dat de
Late IJzertijdsamenlevingen in Zuid-Nederland
complexer waren dan we ons tot voor
kort realiseerden. Het gaat hier niet
om een wereld van louter losse boerderijen
en kleine gehuchten.
In meerdere
opzichten was Zuid-Nederland een tussengebied.
Na de ijzertijd
en de Romeinse Tijd volgt de beruchte
Volksverhuizing die in Europa en ver
erbuiten alles overhoop haalt. |